Vrieseweg 78/80

Het pand aan de Vrieseweg 80 heeft een sterke relatie met zijn directe omgeving. Niet alleen vormt het pand een architectonische eenheid met het pand Vrieseweg 78, ook de relatie met het pand Vrieseweg 82 en de panden Vrieseweg 70 tot en met 76 is interessant genoeg om wat verder op in te gaan.

Op 8 juli 1885 verschenen voor notaris Jan Jacob Blussé te Dordrecht de heren Jan Jacob Stronk, theologiae doctor en rustend predikant en Johannes Nicolaas Reus Adrianuszoon meester timmerman en aannemer, beide wonende te Dordrecht. Zij kwamen aldaar laten vastleggen, de overdracht van een stuk grond van 1180m²  aan de hoek Vrieseweg-Singel. Op het perceel bevond zich, al tientallen jaren, een koepel en een kleine schuur. Het vormde een verblijf zoals er verschillende te vinden waren aan de Singel en aan de Vrieseweg. J.N. Reus (1839-1917) wil op het perceel een huis bouwen. Begin 1886 wordt hem hiertoe vergunning verleend. Het was niet de eerste keer dat J.N. Reus ging bouwen op eigen grond. In de voorafgaande jaren kocht hij tweemaal eerder een perceel om het vervolgens te bebouwen. Deze twee gebeurtenissen vertellen iets over de ervaringen van J.N. Reus, verder vormen ze wellicht een aardige illustratie van het bouwen in Dordrecht in de tweede helft van de negentiende eeuw. Vandaar dat ze hier besproken worden.

 

Op deze foto’s aan de van Hoogstratensingel van circa 1900 is te zien dat de koepelbebouwing nog geruime tijd  tussen de villa’s, die daar vanaf circa 1885 verrezen is blijven bestaan. De koepel die zich bevond op het perceel dat J.N. Reus in 1885 kocht van dhr. Stronk zal een vergelijkbaar gebouw zijn geweest als het middelste gedeelte van het gebouw dat zichtbaar is op deze foto’s. Op de achtergrond zijn met enige moeite daken en gevels van nog bestaande en alweer gesloopte villa’s te herkennen - Foto’s Stadsarchief Dordrecht (SAD).

In 1875 is J.N. Reus betrokken bij een plan om een aantal woningen te bouwen aan de Albert Cuypsingel (toen nog Zandweg geheten), recht tegenover de in 1871-1872 aangelegde Johan de Wittstraat. De eigenaar van de grond en de aanvrager van de vergunning voor dit plan is G.J.H. de Roo. Deze adellijke grootgrondbezitter was eigenaar van de buitenplaats Weizigt, de buitenplaats waarvan het fraaie woonhuis en verschillende bijgebouwen nog zijn terug te vinden nabij de Spuiweg net ten zuiden van het spoor. Bij de buitenplaats hoorde vele hectaren grond met vijvers, pleziertuinen, hakhout en weiland, gelegen aan beide zijden van de grens tussen de gemeente Dubbeldam en de stad Dordrecht. De grond die moest worden aangekocht voor de aanleg van het station was voor het grootste deel in zijn bezit. Na de aanleg van het spoor blijkt de Roo zich actief bezig te houden met nieuwbouwplannen op zijn grond tussen station en stad. De vergunningaanvraag van de Roo van 1875 bestaat uit verschillende onderdelen. Hij wil een aantal huizen bouwen aan de Zandweg en nog 1 of 2 huizen een beetje naar achteren grenzend aan het plantsoen op de hoek Stationsweg/Zandweg dat gemeente eigendom is. Verder wil hij een weg door het plantsoen om toegang te hebben tot het binnenterrein om daar een zomerverblijf te bouwen. De tekening bij de vergunningaanvraag is bewaard gebleven. Het is een fraaie tekening en er zijn goede redenen om aan te nemen dat de tekening is gemaakt door J.N. Reus.

Vergunning wordt verleend onder bepaling van nader in te dienen tekeningen der gebouwen. Later in het jaar volgt een uitbereiding op de vergunningaanvraag. Er wordt toestemming gevraagd voor het dempen van de sloot aan de Zandweg en verder in de loop van 1876 het plaatsen van een houten koepel met keuken. De vergunning wordt wederom verleend onder voorwaarde van een later in te dienen tekening voor het bouwen. De huizen en het zomerverblijf worden niet gebouwd. Op 20 april 1876 wordt door notaris Jan Jacob Blussé akte opgemaakt voor de verkoop van een stuk grond aan de zandweg naast het plantsoen. De verkoper is G.J.H. de Roo, de koper J.N. Reus, de prijs voor het perceel van 1100 m² is FL. 4600,-. In de loop van 1876 bouwt Reus de geplande koepel. Op 9 september 1878 verschijnt Reus wederom voor notaris Blussé. Hij verkoopt het genoemde perceel met koepel aan Willem van Schaardenburg, koopman uit Zwijndrecht, voor de prijs van FL. 5500,-. Van Schaardenburg breekt de koepel af. Hij bouwt er een vrijstaand woonhuis voor in de plaats (vergunningaanvraag No. 1879, 106) om het vervolgens te verkopen. Het huis blijft 30 jaar bestaan. In 1909 wordt het vervangen door een grote villa voor L.C. Oldenborgh, ontworpen door architect Eduard Cuypers. Tegenwoordig is in de villa een kantoor van de Fortisbank gehuisvest.

Tekening door J.N. Reus behorende bij de vergunningaanvraag 1875, 217 van G.J.H. de Roo. Op de tekening zijn de namen van de buren vermeld. Op de hoek Zandweg-Johan de Wittstraat staat het woonhuis van Vriesendorp (na ontwerp van H.W. Veth, vergunningaanvraag No. 1873, 114), daar tegenover het zomerverblijf van de Groot (later villa Maria), grenzend aan het plantsoen ligt het perceel Oldenborg wat weer grenst aan de grond van Ponsen. Over de tekening zijn met zwart de door Reus gebouwde koepel aangegeven en met stippellijn de iets later gebouwde villa William’s place (vergunningaanvraag No. 1878, 262). De geplande maar niet gebouwde woningen, met de geleidelijke verspringing van de gevels en het naar achter gelegen pand, spelen in op de bocht in de route station-stad, die loopt over de Stationsweg-Zandweg-Johan de Wittstraat. Misschien dat daarin ook de rede is gelegen dat villa Williamsplace (de huidige VVV)  een beetje scheef ten opzichte van de stationsweg is gebouwd. 

Niet lang nadat Reus zijn perceel met koepel heeft verkocht aan van Schaardenburg, koopt hij een perceel aan de Burgemeester de Raadtsingel, dan nog Parallelweg geheten. Enige jaren daarvoor was de grond eigendom van de Roo. In 1881 zijn de verkopers Adrianus van de Weg en de gemeente Dordrecht. Van de Weg heeft aan de Zandweg (nu Albert Cuyp Singel) de karakteristieke wit gepleisterde woningen met de balkons aan de straatzijde gebouwd. Ook de nog bestaande villa het Raadthuis, aan de burgermeester de Raadtsingel, werd door hem gebouwd. Hij was althans eigenaar van de grond en degene die de bouwvergunning (No. 1878, 279) heeft aangevraagd. Dat de gemeente mede-eigenaar is, hetgeen trouwens ook het geval was bij het perceel van Reus aan de Zandweg, kan bijna niet anders geïnterpreteerd worden als een poging om een controle op de ontwikkeling van dit belangrijke gebied te houden, belangrijk vanwege de ligging tussen het station en de stad. Op het verkregen perceel bouwt Reus een villa (bouwvergunning No. 1882, 188). Na de bouw verkoopt hij de villa. In de periode 1875-1885 worden in het totaal zes villa’s gebouwd aan de burgemeester de Raadtsingel. De meeste villa’s komen op dezelfde manier tot stand als de villa van Reus. Op een nieuw aangekocht perceel wordt een villa gebouwd om vervolgens te verkopen. Dit geldt in ieder geval voor het Raadthuis, de daarnaast gelegen villa met de huidige naam Eureka (bouwheer H. Hoyer) en waarschijnlijk voor villa’s spoorzicht, later Domo Ricor (bouwheer en architect H.W. Veth), en villa Rozenburg (bouwheer P.P. Hoogland?). De villa van Reus was gelegen tussen villa Eureka en de zeer grote villa Renata. De villa is lange tijd bewoond geweest door een Vriesendorp en zou vernoemd zijn geweest naar deze bewoner, villa Vriesendorp dus. In 1989 stond het gebouw er nog. Inmiddels staat er een modern kantoorpand.

 

De villa aan de burgermeester de Raadtsingel die in 1882 door J.N. Reus werd gebouwd. De foto links dateert van circa 1974 de foto rechts is in de jaren veertig genomen. De sloot is inmiddels gedempt maar vanaf de Albert Cuypsingel nog te herkennen als (met een hek afgesloten)  pad naar de burgermeester de raadtsingel. Foto’s SAD.

Het huis dat J.N. Reus gaat bouwen aan de hoek Vrieseweg-Singel onderscheidt zich in een belangrijk opzicht van het bouwproject aan de burgermeester de Raadtsingel. Het op te richten gebouw is niet bedoelt voor de verkoop. J.N. Reus  gaat er wonen met z’n echtgenote Catharina Dicke  (1843-1917) en kinderen Johanna Fredrika (1869-..), Hendrik Adrianus (1872-1935), Fredrika Elizabeth (1874-..), Johannes Adriaan (1877-..) en dienstbode Jacoba Johanna van Helden (1867-..).

Opvallend aan het gebouw is (onder andere) dat Reus het zowel aan de Vrieseweg als aan de Singel zo dicht aan de weg plaats. Het perceel is groot genoeg om de woning meer naar achter te plaatsen, dan had de villa omringd kunnen zijn geweest door een tuin. In het plan van Reus ontstaat er een vrijstaande woning op een hoek van twee doorgaande wegen. Voor de bouw van de nieuwe woning moet de op het perceel aanwezige koepel worden gesloopt. De koepel lag namelijk ook aan de hoek. De bouwmassa van het nieuwe gebouw lijkt te verwijzen naar de verdwenen koepel. Het gedeelte van het gebouw grenzend aan de hoek is iets naar voren gelegen ten opzichte van de rest van het gebouw. Dit naar voren gelegen gedeelte heeft een veelhoekige plattegrond die herkenbaar blijft tot in het schilddak. Aan de gevels van het pand valt vooral op, naast de hoge geprofileerde plint, cordonlijsten, waterlijsten en kroonlijst, het siermetselwerk dat ontstaat door de toepassing van rode, gele en grijze baksteen. Het zijn dezelfde kleuren als toegepast in het metselwerk van villa Eureka, de nog bestaande villa aan de burgermeester de Raadtsingel, naast de verdwenen villa van Reus. 

Links: Het perceel dat Reus in 1885 kocht en aangrenzend perceel aan de van Hoogstraten Singel. Rechts: de door Reus gebouwde villa op de hoek van Hoogstraten singel en Vrieseweg anno 1989. Foto uit “Jongere bouwkunst in de negentiende eeuwse schil van Dordrecht".

De nieuwe villa van Reus was gunstig gelegen. In februari 1885 had de gemeente de nabij gelegen buitenplaats Merwestein aangekocht om het in te richten als stadspark. Deze aankoop was overigens geen initiatief van de gemeente. Het Comité tot stichting van een park te Dordrecht pleitte al jaren voor de aanleg van een stadspark. Het comité had al verschillende locaties voorgedragen maar tot 1884 zonder resultaat. In dat jaar dreigde de buitenplaats Merwestein  na overlijden van de bewoonster, publiekelijk verkocht te worden. Na zelf financiële middelen bijeengebracht te hebben wist het comité de gemeente te bewegen de buitenplaats aan te kopen en in te richten als stadspark. (meer achtergronden in P. Breman, van landgoed tot gemeengoed, de geschiedenis van park Merwestein (Dordrecht 1985)). In een periode dat de bevolking flink groeide en dat stadsuitbreiding onvermijdelijk was, was de directe omgeving van het park, waarvan het groene karakter voor geruime tijd was gegarandeerd, een ideale locatie om een villa te bouwen. Aan de van Hoogstraten Singel werden in de periode 1885-1903 verschillende villa’s gebouwd waarvan de meeste nog altijd bestaan. Het gebied tussen de van Hoogstraten Singel en de stad was in 1885 al voor een groot deel bebouwd. Niet lang na de koop van het hoekperceel weet Reus een aangrenzend perceel aan de Vrieseweg te kopen. In 1888 vraagt hij vergunning aan voor de bouw van 3 woonhuizen. In 1889 volgt een bijbouw. Het zijn de woningen met de huidige adressen Vrieseweg 70-76. Voorlopig houdt Reus deze woningen in eigen bezit.

Één van de locaties die door het Comité tot stichting van een park te Dordrecht werd voorgedragen om een park aan te leggen was de zogeheten Karremansweide. Dit was het gebied tussen Vrieseweg, Toulonselaan, Dubbeldamseweg en de Ferdinant Bol Singel, waar nu het oranjepark is gelegen. Het gebied was gemeente eigendom maar de gemeente was om financiële redenen niet bereid het gebied beschikbaar te stellen voor een park. Nadat tegenover de Karremansweide het Merwesteinpark tot stand is gekomen vraagt de gemeente in januari 1887 aan het bestuur der Maatschappij tot bevordering der Bouwkunst om een advies te geven over de inrichting van de Karremansweide. Een ontwerp wordt gemaakt door de Amsterdamse architect H.P. Berlage, de eveneens uit Amsterdam afkomstige civiel ingenieur L.J. Eijmer en de Dordtse Architect H.W. Veth. Het plan wordt na een aantal wijzigingen overgenomen.

Het door Berlage, Eijmer en Veth ontworpen plan voor de inrichting van de Karremansweide is in 1888 gepubliceerd in het bouwkundig weekblad.

Bij de verkoop van de bouwpercelen voor de inrichting van de Karremansweide verkrijgt Reus drie percelen. Het zijn de drie percelen tussen de Toulonselaan en het Pad. Als eerste bebouwd hij het middelste, het ten opzichte van de Toulonselaan iets naar achter gelegen perceel met 5 woonhuizen (vergunningaanvraag 1891, 402). De woningen staan er nog maar zijn slechts ten dele bewoond. Ook deze woningen houdt Reus in eerste instantie in eigen bezit. Geleidelijk verkoopt hij af en toe een woning, de laatste rond 1910. De twee andere percelen laat Reus nog een aantal jaren onbebouwd. De ontwerpen voor deze twee percelen zullen tot stand komen in samenwerking met zoon H.A. Reus.

Wanneer de familie Reus omstreeks 1886 het nieuwe woonhuis op de hoek Vrieseweg-Singel betrekt is de latere architect Hendrik Adrianus Reus circa 14 jaar oud. In oktober 1890 verhuist H.A. Reus naar Rotterdam. Reus behoorde tot een groep jonge talentvolle architecten die in de negentiger jaren aan de Rotterdamse Academie, als leerlingen van wijlen Henri Evers, hun studie voltooiden, schrijft zijn compagnon B. van Bilderbeek in een bericht bij het overlijden van Reus in 1935. Zijn vertrek in oktober 1890 zal vermoedelijk samenhangen met zijn studie. In juli 1892, nog geen twee jaar later keert hij terug in Dordrecht. In juni 1893, H.A. Reus is dan pas 21 jaar, wordt voor eerst een ontwerp van hem gerealiseerd. Het is een verbouwing aan de Voorstraat met het huidige nummer 251-253. De uitvoering komt tot stand in samenwerking met vader J.N. Reus die de bouwvergunning voor eigenaar C.M. van Diemen aanvraagt (No. 1893, 327). In de daarop volgende jaren zal H.A. Reus nog veel samenwerken met z’n vader. Deze samenwerking houdt niet in dat H.A. Reus bouwtekeningen fabriceert voor de aannemerij van z’n vader. De bouwtekeningen van de gezamenlijke projecten zijn steeds ondertekend met J.N Reus en Zoon Architecten. De uitvoering vind plaats door diverse aannemers. Het werk van de jonge H.A. Reus is uitvoerig besproken door A. van Engelenhoven in ‘sine labore nihil’, Dordtse huizen in bouwhistorisch perspectief , aflevering 3, december 1998. Terecht wordt daarin gewezen op de grote invloed van H.P. Berlage op de jonge architect. Wat niet wordt vermeld is dat H.A. Reus van mei 1894 tot november 1897 in Amsterdam heeft gewoond. Berlage´s blijvende invloed op het werk van H.A. Reus zal zijn voortgekomen uit deze periode. Het is overigens niet bekend wat H.A. Reus in deze periode deed in Amsterdam. Hij bleek in ieder geval nog in de gelegenheid te zijn om verschillende ontwerpen te maken voor gebouwen die in Dordrecht werden gerealiseerd. In 1895 ontwerpt hij, samen met z´n vader, een woningblok voor één van de resterende percelen aan de Toulonselaan. Het zijn de woningen met de grotendeels gepleisterde gevels. Bepaalde gedeelten van de gevels, lateien, banden, portiekomlijstingen en hoeken, zijn niet gepleisterd waardoor een verrassend geheel ontstaat. Voorafgaand aan de bouw verkoopt  J.N. Reus het perceel aan de aannemer Z. van Schelt. Het is J.N. Reus die de vergunning aanvraagt (1895,230) maar van Schelt die de woningen bouwt. Dit laatste blijkt uit een publicatie in de Architect van 1896. Dit tijdschrift, of eigenlijk deze serie van plaatwerken, werd uitgegeven door het Amsterdamse genootschap Architectura et Amicitia. Het ligt voor de hand een verband te zien tussen deze publicatie en het verblijf van H.A. Reus in de hoofdstad.

Het nog bestaande opmerkelijke woonhuizen blok aan de Toulonse laan. De afbeelding is overgenomen uit “de Architect” van 1896. De begeleidende tekst luidt:

Huizen aan de Toulonse laan te Dordrecht:

Het geheel is opgetrokken in miskleurig hardgrauw en wit afgepleisterd. De dorpels, strekken en banden zijn uitgevoerd in dokkummer steen en het plint in grijze cementsteen. De kroonlijst is in hout uitgevoerd en het dak met roode pannen afgedekt. Het geheel maakt door zijn gunstige ligging in het Oranjepark een gezelligen indruk. Het werk werd uitgevoerd door en voor rekening van den heer Z. van Schelt, aannemer te Dordrecht.

H.A. Reus
Architect.

Na dit succesvolle nieuwbouwproject proberen vader en zoon Reus met dezelfde werkwijze het derde blok aan de Toulonselaan te bebouwen. Het ontwerp heeft vanwege de gedeeltelijk gepleisterde gevels een zekere overeenkomst met het vorige ontwerp maar is tegelijkertijd verrassend anders. Voorafgaand aan de bouw wordt het perceel verkocht aan de heren Schouten (timmerman) en van Dongen (metselaar). J.N. Reus vraagt weer de vergunning aan (No1886,184). Maar nu gebeurt er iets opmerkelijks. Schouten en van Dongen komen met een alternatief ontwerp. Terwijl ze de plattegronden grotendeels intact laten ontwerpen ze volstrekt andere gevels. Ze vragen een nieuwe vergunning aan (No. 1886, 430) en voeren hun eigen ontwerp uit. De panden zijn inmiddels gesloopt en vervangen door een bouwwerk van een onbegrijpelijke lelijkheid.

Rechts het ontwerp van J.N. en H.A. Reus, links het uitgevoerde ontwerp van Schouten en van Dongen.


J.N. Reus is een vrij bekende architect. Zijn zoon Hendrik Adrianus Reus nog meer. In 1998 is er door de dienst monumentenzorg Dordrecht een gehele aflevering van het blad Dordtse huizen aan H.A. Reus gewijd. Van deze aflevering is een kopie toegevoegd op deze site in pdf-formaat onder de knop download. Nadat H.A. Reus z’n opleiding bouwkunde aan de Rotterdamse academie heeft doorlopen gaat hij werken voor het bedrijf van z’n vader.

Bouwtekening Vrieseweg 78/80 1900, H.A. Reus - groter formaat



 

Dordtse Reuzen in gevaar
Internet: www.c-press.nl/reus
E-mail: info@c-press.nl